In Alkmaar gebeurt het...
De historie van Alkmaar
De eerste Alkmaarders woonden op de geestgronden rond de huidige Grote Kerk. De hooggelegen zandrug, die evenwijdig met de kustlijn liep, werd omgeven door water en moerassen. Naar het westen werden deze zandgronden begrensd door de Westerweg, naar het oosten door het Ritsevoort. Ten oosten van de geestrug lag een lager gelegen gebied dat bij hoge waterstand door de Voormeer werd overstroomd. De tegenwoordige Langestraat was toen weinig meer dan een pad in de moerassige gronden die aan de Voormeer grensde.
Alcmaria
De naam Alkmaar wordt voor het eerst vermeld in een 10e eeuwse aantekening, waarin sprake is van een schenking van twee hoeven land door graaf Dirk I aan de pas opgerichte abdij van Egmond. Door de schenking van het schoutambt van Alkmaar aan de abt van Egmond kreeg Alkmaar in 1083 een eigen rechtsgebied.
Stadsrechten
In 1254 kreeg Alkmaar van graaf Floris V stadsrechten. Gelegen aan de rand van het Kennemer gebied en onder de bescherming van de kastelen Torenburg, Middelburg en Nieuwenburg fungeerde Alkmaar als grensvesting en uitvalsbasis in de eeuwenlange strijd tegen de Westfriezen.
Verdediging van de stad
Gelegen op een knooppunt van waterwegen werd tol geheven en werden accijnzen ingevoerd voor overslag van goederen. Door markten en handel kreeg Alkmaar een centrumfunctie en groeide de stad. Het stratenplan werd door landwinning in de loop van de eeuwen uitgelegd. Vanaf 1525 werden grote bedragen besteed aan de omwalling van de stad met singels en stadsmuren ter bescherming tegen aanvallen en plundering van buitenaf.
In Alkmaar begon de Victorie
In 1573 vond het beleg van Alkmaar door de Spanjaarden plaats. Met kokend teer en brandende takkenbossen werd vanaf de nieuwe walmuren tegen de Spanjaarden gevochten, die in Oudorp hun kamp hadden opgeslagen. Toen Don Frederik, de zoon van Alva, zich verslagen terugtrok, betekende dat het keerpunt in de strijd tegen de Spanjaarden. De victorie begon in Alkmaar.
Groei van de economie
Vanaf 1600 ontwikkelde Alkmaar zich van handelsplaats met een eigen vloot tot een markt- en verzorgingscentrum voor de wijde omgeving. De zoutwinning en de gort- en grutnering waren van grote betekenis voor de stad. Aan de oevers van de Voormeer en het Zeglis verschenen zoutziederijen en brouwerijen. Kalkovens zorgden voor schelpkalk, dat als metselspecie werd gebruikt. Tientallen lijnbanen draaiden vlas tot
touw.